Woningbouw bij kleine kernen

donderdag 30 januari 2020 12:31

Kleine kernen krijgen de mogelijkheid om vijftig huizen te bouwen, aansluitend aan de bestaande kern. Dat is het belangrijkste resultaat van de statenvergadering van 29 januari 2020.

In de statenvergadering van 29 januari 2020 hebben we een belangrijke bouwsteen voor de Utrechtse omgevingsvisie vastgesteld. In de vorige Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) en Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) kregen gemeenten weinig mogelijkheden om buiten de rode contouren te bouwen. Er is echter een grote behoefte aan nieuwe woningen. Daarom hebben Provinciale Staten gevraagd of het College van Gedeputeerde Staten wil kijken naar de mogelijkheden om aan de randen van kernen woningen te bouwen.

In de statenvergadering van 29 januari debatteerden we over een nieuw ‘Afwegingskader Wonen’.  Het voorstel van GS is om gemeenten meer uitbreidingsmogelijkheden te geven. Kleine kernen mogen onder voorwaarden maximaal vijftig woningen bouwen, aansluitend aan de bestaande kern.

De provincie Utrecht gaat op korte termijn met alle gemeenten afspraken maken op welke locaties gebouwd gaat worden. De grootte van de uitbreiding moet passen bij de aard en omvang van de kern. Gemeenten kunnen hiervoor een voorstel indienen, waarbij de noodzaak van de woningbouw wordt aangetoond.

Kleine kernen

De ChristenUnie is blij dat er nu een afwegingskader ligt, waarin de mogelijkheden om te bouwen worden verruimd. Wij vinden het behoud van leefbaarheid en voorzieningen in de kleine kernen erg belangrijk. Door woningbouw mogelijk te maken, kunnen starters in kernen wonen en ouderen doorstromen naar seniorenwoningen. We zijn dan ook tevreden dat er een apart afwegingskader is voor kleine kernen.

Regionale programmering

Wij zijn positief dat de provincie samenwerkt met gemeenten om tot een regionale programmering te komen, waarin woningbouw in samenhang met andere thema’s wordt bekeken. Het is goed om te horen dat hierbij ook een regionale programmering is voor verkeer. Hierdoor raken middelgrote kernen minder snel in het gedrang. Wel is het nog vrij onduidelijk welke uitgangspunten aan bod moeten komen bij de regionale programmering. Wij sluiten dan ook aan bij het verzoek van GroenLinks om art. 3.46a te expliciteren, door volgende uitgangspunten op te nemen:

  • bevorderen van sociale samenhang;
  • betaalbaar wonen voor iedereen;
  • bouwen voor specifieke groepen, zoals ouderen, mensen uit maatschappelijke opvang;
  • energieneutraal bouwen.

Meervoudig ruimtegebruik

Aangezien we te maken hebben met schaarse ruimte, is meervoudig ruimtegebruik en slim combineren van functies erg belangrijk. Denk steeds aan de slimme combinaties van wonen, energie, mobiliteit, etcetera. Het combineren van functies moet wat ons betreft ook geborgd worden in de verordening.

Ruimtelijke kwaliteit

We zijn tevreden over de mogelijkheden die het afwegingskader biedt voor woningbouw, maar we vinden de directe leefomgeving ook erg belangrijk. In het afwegingskader is opgenomen dat “onderbouwd moet worden hoe gelijktijdig lokale en regionale groenontwikkeling wordt gerealiseerd, in een evenwichtige verhouding tussen ‘rood’ en ‘groen’”. De vraag is wel: hoe zorgen we ervoor dat de ruimtelijke kwaliteit daadwerkelijk wordt gewaarborgd. Wat zijn de indicatoren voor ruimtelijke kwaliteit en hoe worden deze beoordeeld? Oproep aan gedeputeerde is om een kwaliteitskader op te nemen in omgevingsvisie. De Provinciale adviseur Ruimtelijke Kwaliteit geeft hier ook een zinvolle aanzet voor.

Groenfonds of landschapsfonds

Bij realisatie van regionale groenontwikkeling kan een groenfonds of landschapsfonds een goed middel zijn, we zien mooie voorbeelden in Woerden en Bunschoten. Is gedeputeerde bereid onderzoek te doen naar de mogelijkheden en dit actief te stimuleren?

Evenwichtige verhouding

We kunnen met dit afwegingskader markeren dat de woningbouwmogelijkheden worden verruimd, zeker bij kleine kernen. Terwijl er tegelijk ook aandacht is voor een evenwichtige verhouding tussen ‘rood’ en ‘groen. Mooi dat dit evenwicht wordt gezocht. We hebben - zoals gezegd - een aantal aandachtspunten (o.a. het expliciteren van 3.46a en kwaliteitskader) en hopen dat deze nog meegenomen worden, voordat het ontwerp in april ter inzage wordt gelegd.

Henriette Rikkoert

« Terug