Terugblik op een half jaar gedeputeerde

schemerlamp bcf907e1-a732-4662-9c5e-61372fc81353.JPGmaandag 06 januari 2020 09:34

“Vanuit de oppositie naar de coalitie. Van vrij ondernemer naar fulltime politicus. Van criticaster van hoge provinciale mobiliteitsuitgaven tot politiek eindverantwoordelijk voor die provinciale mobiliteit.”
Arne Schaddelee blikt terug op zijn eerste half jaar als gedeputeerde in de provincie Utrecht: “Ja, in een jaar kan best veel veranderen. Tijd om een eerste balans op te maken. Ruim een half jaar aan de slag als gedeputeerde; hoe beviel dat? Waarom wilde ik dit ook alweer? En, wat bracht het?”

Een drieluik.

1.

Om met die eerste vraag te beginnen; het bevalt prima. Ik geniet. Dat klinkt misschien wat rechttoe, rechtaan. Maar het is niet anders. Gelukkig. Natuurlijk, het is een enorm voorrecht om dit te mogen doen. En je bent het bij de gratie van negenenveertig Statenleden die je het vertrouwen geven om dit te doen. Een verantwoordelijkheid waarbij je bovendien weet dat er ruim 1,3 miljoen Utrechters meekijken.

Dat ik geniet heeft niet alleen met de inhoud te maken. Het heeft absoluut ook te maken met de geweldige mensen waarmee ik het mag doen. Een persoonlijke staf die me iedere dag scherp houdt. De vele collega’s die het inhoudelijke werk doen en soms nogal moeten schakelen om het een nieuwbakken bestuurder een beetje naar de zin te maken. Natuurlijk het fijne team dat we als College vormen.

De intensieve samenwerking met al die nieuwe collega’s bevalt prima!

2.

Maar, waarom wilde ik dit allemaal? Als je lange dagen maakt, pittige debatten voert of teleurgestelde bewoners treft is het goed om in ieder geval helder te hebben wat je doelen zijn. Te weten wat je echt wilt bereiken. Bewust stil te staan bij het ‘waarom’ van de dingen die je doet.

Mijn portefeuille bevat drie onderdelen, met ieder een eigen dynamiek. Mobiliteit is financieel en organisatorisch daarvan het grootste onderdeel. De andere onderdelen zijn vergunningverlening, toezicht en handhaving en tot slot participatie en communicatie.

Moderne mobiliteit kan alleen toekomst hebben als het gezonde mobiliteit is. Speerpunten zijn dus fietsen, goed OV en schoon en veilig verkeer. Niet alleen gezond verplaatsen, maar ook gezond inpassen.

Rond de provinciale handhaving ga ik voor een recht-door-zee mentaliteit. Met een uitleg en aanpak van regels die te begrijpen en te handhaven is. En waarbij ondernemers weten waar ze aan toe zijn en overheden goed samenwerken.

De portefeuille participatie en communicatie is vooral mooi omdat deze de provincie wat dichter bij de mensen brengt. Toen ik zelf ooit als zestienjarige op de tribune in de provinciale Statenzaal terecht kwam, stal de provincie mijn hart. Dat enthousiasme breng ik graag over. Trouwens, mensen betrekken bij het bestuur is in een democratie niet zomaar een leuke randvoorwaarde. Het is de basis van alles wat je doet. In het verlengde daarvan wil ik de regionale journalistiek in onze provincie versterken.

3.

Wat bracht het? Wat is er allemaal bereikt? Best veel. De veelbesproken Uithoflijn, Tram 22, maakte een uitstekende start. Net als de gloednieuwe tramremise. Wat mij betreft zijn die nieuwe tramlijn en remise een tussenstop. Met Rijk en regio sloten we een grote deal over de volgende stap; een complete OV-Ring. Afgesproken is dat we het zuidelijke deel, van Leidsche Rijn via Nieuwegein naar het Utrecht Science Park, nu gaan ontwikkelen. Ook onderzoeken we een nieuwe, snelle OV-lijn langs de A28 richting Amersfoort. In de regio Food Valley sloten we een Convenant Duurzame Mobiliteit en we bepaalden met alle gemeenten een toekomstbeeld voor het OV.

In kleine kring was mijn actie met een schemerlamp misschien nog wel het meest spraakmakend. Op een symposium over knooppunten maakte ik mijn debuut op de planken van het Nieuwegeinse theater. Knooppunten moeten de huiskamers van de stad worden, was mijn stelling. Om dat visueel te maken wilde ik graag met een schemerlamp het podium op. Dat bleek nog niet zo simpel, maar uiteindelijk lukte het. En, mensen zijn visueel ingesteld. Dus hoorde ik maanden later nog: “o ja, die schemerlamp toen op dat podium”. Hopelijk zorgt die schemerlamp voor de connectie met de reiziger. Daar gaat het immers om bij al ons OV-beleid.

De fiets is bezig aan een enorme inhaalslag. En dat is hard nodig. We gaan niet alleen meer geld, maar vooral meer aandacht geven aan de fietser. Provinciale wegen pakken we alleen nog aan als het beter, sneller en veiliger wordt voor de fiets. Er zijn afspraken gemaakt over provinciale snelfietsroutes en ik mocht op verschillende plekken nieuwe fietspaden en tunnels openen. Het innovatieve fietspad bij de Traaij, de fietstunnel bij De Bilt, de Enschedeweg bij Wilnis en de N411 bij Bunnik en Amelisweerd. Bij dat laatste fietste ik mee met een heus fietsorkest.

Verder ging er een ‘Ik Fiets campagne’ van start. Samen met alle gemeenten gaan we het gebruik van de fiets stimuleren.

Aan de verkeersveiligheid leveren we als provincie trouwens niet alleen een bijdrage door onze infra zo veilig mogelijk te maken, maar ook door campagnes als MoNo (hou je aandacht bij het verkeer) en BOB (geen alcohol in het verkeer). En dus plakte ik MoNo-stickers op de provinciale dienstauto en deelde ik BOB-sleutelhangers uit bij een alcoholcontrole.

Stikstof: toen ik VTH (vergunningverlening, toezicht en handhaving) in mijn portefeuille kreeg, had ik die niet direct zien aankomen. Na de uitspraak van de rechter en na de agrarische protesten staat het thema echter groot op de agenda. En dus moeten we in gesprek. Niet alleen over ons beleid rond landbouw en natuur, maar ook rond vergunningen. Daarbij wil ik niet alleen de regels uitleggen, maar ik wil ook proberen te snappen waar het knelt voor de boeren. Elkaar begrijpen en samen zoeken naar goede oplossingen; daar begint het mee. Ik ben blij dat we hier in Utrecht veel tijd in hebben gestoken en dat de lijnen open zijn. Dat helpt namelijk.

Rond handhaving kreeg ik een dossier in handen waar twee voorgangers ook al de tanden in hadden gezet: een Bunschoter biogascentrale. Tijdens een stevig debat beloofde ik Provinciale Staten dat de provincie er strak bovenop zou zitten. Om dat te bereiken, werd er extra ingezet op handhaving en een goede samenwerking met andere overheden.

Verder werd met gemeenten afgesproken dat we bij de nieuwe Omgevingswet ons beleid rond vergunningverlening goed op elkaar zouden gaan afstemmen. Regelmatig ontmoet ik lokale bestuurders om over dit onderwerp door te praten.  

Participatie en communicatie zit eigenlijk overal doorheen geweven. De afgelopen maanden mocht ik veel jongeren verwelkomen in ons Huis van de Provincie. Tijdens scholierendebatten of bij het provinciespel van Prodemos. Tijdens een Partici-Pizza-Avond dachten ruim honderd jongeren mee over de ruimtelijke toekomst van onze provincie.

Een zorgpunt heb ik bij de staat van onze regionale en lokale journalistiek. Lokale democratie kan niet zonder goede lokale journalistiek. In een opinieartikel dat ik in november schreef voor landelijke dagbladen riep ik op om samen te werken aan een gezond ecosysteem voor vitale media. Rijk, provincies en gemeenten dienen immers samen het publieke belang van goede nieuwsvoorziening te borgen. Niet om die media in te zetten voor propaganda, maar juist als een sterke tegenkracht voor eigenwijze lokale en provinciale politici. Het artikel leverde veel reacties op die samen input vormen voor vervolgstappen in de komende maanden.

Een goed bestuur van onze prachtige provincie; daar zit mijn aller-diepste drive. Het is prachtig om daar, met heel veel geweldige collega’s, dagelijks aan te mogen werken.

Arne Schaddelee

« Terug