Artikel 1 in hal provinciehuis?

bord in hal provhuis 20170206_173504maandag 06 februari 2017 16:59

De meerderheid van Provinciale Staten wil artikel 1 van de Grondwet een prominente plek geven in het Utrechtse Provinciehuis. Waarom stemde de ChristenUnie tegen? Fractievoorzitter Arne Schaddelee worstelt met botsende grondrechten.

“Sympathiek, hier kan niemand tegen zijn.” Dat was mijn eerste reactie op het voorstel om artikel 1 van de grondwet een prominente plek te geven in de hal van het Provinciehuis. Discriminatie deugt niet. Het is een groot goed dat Nederland een rechtstaat is waarin iedereen voor de wet gelijk is. En natuurlijk maakt de ChristenUnie zich grote zorgen over ontwikkelingen in de samenleving die rieken naar uitsluiting van groepen mensen. Het bevorderen van vrede en recht zie ik als een kerntaak voor iedere volksvertegenwoordiger. En als dit voorstel daarbij kan helpen, is dat een groot goed. Toch?

Toch zet de ChristenUnie vraagtekens bij het ophangen van artikel 1 in de hal van het provinciehuis. Want dit voorstel plaatst de provinciale fractie van de ChristenUnie voor een dilemma. Of eigenlijk voor drie dilemma’s.

Discriminatie deugt niet, maar klopt de analyse wel?

Het voorstel van D66 en GroenLinks sprak over 'discriminatie' als oorzaak van maatschappelijke onrust, zonder dat dit overigens heel concreet werd gemaakt. Maar klopt die analyse wel? Is de onrust die zich manifesteert niet breder dan discriminatie alleen? Ongelijke kansen, groeiende kloven, (on)veiligheid, economische ongelijkheid: zijn dat niet net zulke grote aanjagers van maatschappelijke onrust en onbehagen? Hier ligt ons eerste bezwaar: hebben we het hier wel over discriminatie? Pakken we wel het eigenlijke probleem aan?

Is het ophangen van een bordje bij de deur de oplossing? Moeten we niet dieper graven?

Maar stel nu dat discriminatie inderdaad toch het kernprobleem is. Wat is dan de richting waarin we de oplossing dienen te zoeken? De oplossing van de indieners van dit voorstel kwamen met artikel 1 van de grondwet op de proppen. Ze stelden dat het goed zou zijn als artikel 1 meer bekendheid krijgt. Waarom is dat goed? Welke analyse zit hier precies achter?

Is discriminatie nu oorzaak, of misschien gevolg? Is angst misschien een onderliggend probleem waardoor tegenstellingen worden opgeblazen? Is de zoektocht tussen 'ik en de ander' onnodig verheven tot kloof? Moeten we dan niet aan de slag met het thema 'angst'? Zijn maatschappelijke rondetafelgesprekken niet een beter middel? Moeten we niet dieper durven graven in de aanpak van onze grote maatschappelijke problemen? En: ligt die opgave eigenlijk wel op de weg van een provinciebestuur? Is het ophangen van een bordje bij de deur niet teveel ‘window dressing’? Is dit niet te gemakkelijk? 

Hoe gaan we om met botsende grondrechten?

Naast deze vragen over oorzaak en aanpak worstelde onze fractie echter met nog iets anders. Onder dit hele debat ligt een veel fundamenteler vraagstuk: hoe gaan we om met botsende grondrechten?

Grondwettelijke rechten en vrijheden geven uitdrukking aan het besef van verscheidenheid. Samen zijn ze waarborg voor ieders persoonlijke vrijheid. Alleen zo kunnen we met een breed palet aan minderheden toch samen een samenleving vormen. Hier komen we bij ons grootste bezwaar.

Er is bij de ChristenUnie een huiver voor het verheffen van artikel 1 van de grondwet tot een soort supergrondrecht. Is de volgorde van de 142 artikelen van de grondwet willekeurig? Of zijn er artikelen die meer of minder gelijk zijn?

In 2005 stelde toenmalig D66-minister De Graaf dat de volgorde van de grondwet geen rangorde is. Namens de ChristenUnie sloot ik mij daar in dit debat van harte bij aan. De vrijheden die alle artikelen van de grondwet verdedigen zijn ons even lief. Wij willen deze niet graag tegen elkaar uitspelen.

Dat wetten en regels tegen elkaar worden uitgespeeld is van alle tijden. In de Bijbel wordt Jezus zelf ook voor dit dilemma geplaatst. Welke wetten en regels wegen nu het zwaarst? Daarop gaf Hij een samenvatting van de wet die - wat ons betreft - universeel en van alle tijden is: "Dien God boven alles. En heb je naasten - wie dat ook mag zijn! - lief als jezelf."

Arne Schaddelee

« Terug