ChristenUnie stelt vragen over Brabantliner Breda-Utrecht

vlaggen provhuis DSC_0781zaterdag 26 januari 2019 23:59

Onze fractie heeft een serie schriftelijke vragen gesteld over de Brabantliner. Wij maken ons grote zorgen over de kwaliteit van de openbaar vervoerverbinding Breda – Utrecht. Al jaren wordt er gesproken over een robuuste OV-verbinding, maar daar komt tot nu toe weinig van terecht.

Schriftelijke vragen ex art. 47 RvO aan het College van GS, gesteld door de heer K. van Kranenburg fractie van de ChristenUnie betreffende Busverbinding Breda (d.d. 26-01-2019)

Op 22 januari 2019 berichtte AD Rivierenland ( https://www.ad.nl/rivierenland/brabantliner-krijgt-geen-eigen-busstrook-op-a27~a43429eb/ ) dat Rijkswaterstaat niet bereid is om extra busstroken bij de A27 te realiseren. Naar aanleiding hiervan hebben wij een aantal vragen.

Een vrije doorgang voor de bus is belangrijk om opstoppingen voor de Brabantliner te voorkomen. Er zijn al langer grote zorgen over de kwaliteit van de openbaar vervoerverbinding Breda – Utrecht en die zorgen worden er niet minder om. Al jaren wordt er gesproken over een robuuste OV-verbinding maar er komt maar weinig van terecht tot nu toe.

1. Is het college het met ons eens dat een gegarandeerde doorstroming van het busvervoer essentieel is voor de kwaliteit van de OV-verbindingen met Breda en Utrecht?

2. Wordt deze doorstroming met de door Rijkswaterstaat voorgestelde aanpak A27 voldoende geborgd?

In het najaar zegde de minister toe dat er eind 2019 een innovatieve pilot gestart zou worden om de vervoersverbinding Breda – Utrecht te verbeteren. Is het college hiervan op de hoogte? Kan het college een toelichting geven over de voortgang van de geplande innovatieve pilot zoals die volgens afspraak met de minister eind 2019 van start dient te gaan?

3. Past het schrappen van een vrije busbaan in de plannen om de OV verbinding Breda – Utrecht robuust te maken?

Een woordvoerder van Rijkswaterstaat laat aan het AD weten dat het slim is om als busreiziger zoveel als mogelijk buiten de spits te reizen. Voor veel scholieren en werknemers die afhankelijk van de bus zijn is dat gewoonweg niet mogelijk. Zij zullen gewoon op tijd voor de eerste les moeten zijn of op tijd bij hun werkgever moeten zijn.

4. Is het college het met ons eens dat juist in de spits het openbaar vervoer een reëel alternatief moet zijn, ook op de verbinding Utrecht - Breda? Zo ja, op welke wijze geeft zij daar invulling aan?

5. Is het college bereid om met de andere betrokken overheden in gesprek te gaan om te komen tot het verbeteren van de druk bezette Brabantliner Breda – Utrecht?

Namens de fractie van de ChristenUnie provincie Utrecht en hoogachtend,

K. van Kranenburg

« Terug