ChristenUnie in Begrotingsdebat: waardevol om in te zetten op de schepping

arne schaddelee ps lowres DSC_0152.jpgmaandag 05 november 2018 18:17

Bij het bespreken van de provinciale begroting voor 2019 zette fractievoorzitter Arne Schaddelee in op een prachtige, krachtige, maar ook kwetsbare provincie. Bij de stemmingen boekte de ChristenUnie een paar mooie resultaten.

Jongeren meer betrekken bij de provinciale politiek en de ontwikkelingen rond het zogenoemde Ringpark Utrecht stimuleren: twee moties daarover van de ChristenUnie werden aangenomen. Ook werd afgesproken dat de provincie gaat nadenken over de vitaliteit van provinciale journalistiek en de waarde daarvan voor onze provinciale democratie. Een motie van ChristenUnie en SGP over het betalen van de energieagenda haalde helaas geen meerderheid. Ook vragen over het oppakken van wat meer sociale thema’s kregen nog weinig bijval.

Wat is nu écht van waarde? Utrecht is een prachtige provincie. Groene Hart en Heuvelrug. Rivieren, plassen en bossen. Mooi blijft dat allemaal niet vanzelf, dat vraagt inzet. Drugsafval in de natuur is zo’n probleem dat dankzij de ChristenUnie wordt aangepakt. Net als schonere lucht en bodemdaling. Het is waardevol om meer in te zetten op de schepping.

Utrecht is ook krachtig. Als economische regio vitaal blijven, vraagt innovatie, ruimte voor ondernemerschap en een provincie die partijen bij elkaar brengt. Ruimte voor goed openbaar vervoer, fiets en auto is steeds weer zoeken naar een gezonde balans. Waardevol om hier als provincie dienend en verbindend te zijn.

Onze provincie is niet alleen prachtig en krachtig, maar ook kwetsbaar. Jongeren en ouderen hebben steeds meer moeite met het vinden van een huis. Wonen en zorg wil de ChristenUnie daarom steviger op de provinciale agenda zetten. Kwetsbaar en waardevol is ons kerkelijke erfgoed. Mooi dat er in 2019 hiervoor een pilot start rond restauratie en duurzaamheid. Een waardevolle provincie, daar zet de ChristenUnie graag op in.

Hieronder vind u de complete bijdrage van fractievoorzitter Arne Schaddelee aan het Begrotingsdebat op 5 november 2018:

Voorzitter!

Het is alweer ruim 8.000 (ja, achtduizend!) dagen geleden. En dat is best lang, zo’n 22 jaar. Maar ik heb er toch nog levendige herinneringen aan.

Het was in de oude Statenzaal in het Provinciehuis aan de Pythagoraslaan. Een zonnige oktoberdag. Voor mij was dat de allereerste keer dat ik in het Utrechtse Provinciehuis kwam. Als zestienjarige scholier bezocht ik, samen met een vriend, een vergadering van de Utrechtse Staten. Ja, ik volgde de landelijke politiek wel zo’n beetje. Ruud Lubbers en Wim Kok – beiden dit jaar overleden – waren de premiers van mijn jeugd. En misschien was ik toen ook weleens bij de gemeenteraad geweest. Maar, die middag in het Provinciehuis veranderde mijn leven. Of, nou ja, het gaf op z’n minst een nieuwe dimensie. Vanaf dat moment boeide de provincie mij. En dat is nooit meer overgegaan…

Ik wil maar zeggen, het betrekken van jongeren bij onze provincie en provinciale politiek is ontzettend belangrijk! Als je dat een beetje slim aanpakt, hou je er over twintig jaar weer een nieuwe, frisse lichting Statenleden aan over.

Maar er is nog meer. Het motto van het College is ‘In Verbinding’. Een pijler in het coalitieakkoord is dat “inwoners centraal” staan en we “dichter bij de inwoners” willen komen met onze werkwijze en besluitvorming. Dat lijkt mij nu typisch een ambitie die we allemaal, Statenbreed, steunen. Een ambitie ook waar we allemaal op onze eigen manier ons best op hebben gedaan.

Maar, tegelijk, en dat is toch een beetje tragisch, een ambitie waarvan we Statenbreed moeten erkennen dat die niet goed van de grond is gekomen. Ik kan nu voorbeelden noemen, maar ik doe dat bewust niet. Het gaat nu niet om de jij-bak, maar om de ‘wij-bak’. Het is nog niet te laat. Laten we het opnieuw proberen. Ik kom daar straks nog op terug met concrete voorstellen.

Voorzitter, we zitten nu een paar maanden voor de provinciale verkiezingen. “Waarvoor dóén we het eigenlijk allemaal…?”

Zoals we hier zitten zullen we het ons allemaal een keer hebben afgevraagd de afgelopen maanden. Stel ik mij in 2019 opnieuw verkiesbaar. Zelf ben ik bijna acht jaar Statenlid. En natuurlijk heb ik het mij ook afgevraagd: “Waarvoor doe ik het eigenlijk allemaal….?”

Al dat strijden in deze provinciale arena en al het onzichtbare zwoegen in provinciale achterkamertjes. Waarom? Wat is nu écht van waarde?

Ik heb het antwoord wel gevonden. Om een tipje van de sluier op te lichten: Utrecht is een práchtige provincie. Om het met ons Utrechts volkslied te zeggen:

Utrecht, parel der gewesten

‘k Min Uw bos en lustwarand’.

’n Eigen stempel draagt Uw landschap:

Plas, rivier of heid’ en zand,

Weid’en bongerd, bont verscheiden

Utrecht, hart van Nederland!

Maar mooi blijft dat allemaal niet vanzelf, dat vraagt inzet. Drugsafval in de natuur is zo’n probleem. Op initiatief van de ChristenUnie namen we in juli unaniem een motie aan. Er wordt nu hard gewerkt aan een stevige aanpak. Net als aan schonere lucht. Mooi dat in 2019 het Uitvoeringsprogramma Gezonde Lucht start!

Bodemdaling… daar ligt een groot punt van zorg. En dat leeft – gelukkig! – breed in onze Staten. Juist daarom is het zo jammer dat we hier de afgelopen jaren zo moeizaam vooruit kwamen. Gelukkig komt er nu echt bijna een programma en aanpak. Wij kunnen niet wachten!

Maar ondanks ieders inzet, vrezen wij toch dat we als provincie hierop nat gaan. Juist ook vanwege de beperkte financiële middelen die we beschikbaar stellen. Wat de ChristenUnie betreft geven we boeren en burgers meer duidelijkheid over de koers van de provincie. Om te voorkomen dat we op dit punt echt ‘nat’ gaan, dienen we een motie in.

Utrecht is niet alleen prachtig, maar ook krachtig. Als economische regio vitaal blijven, vraagt innovatie, ruimte voor ondernemerschap en een provincie die partijen bij elkaar brengt. Ruimte voor goed openbaar vervoer, fiets en auto is steeds weer zoeken naar een gezonde balans. Waardevol om hier als provincie dienend en verbindend te zijn. Maar de ChristenUnie vraagt zich wel af of Utrecht op dit punt niet doorslaat. Voor het ‘In verbinding’ brengen van mensen, trekken we in de begroting een enorm bedrag uit voor verkeer en vervoer. In 2019 gaat er zo’n 264 miljoen euro naar bereikbaarheid.

Vorig jaar, bij de begroting voor 2018 was die post bereikbaarheid voor de ChristenUnie mede een reden om tegen de begroting te stemmen. Dat was nogal wat. Tegen een begroting stemmen hadden we als ChristenUnie nog nooit eerder gedaan. Die tegenstem had natuurlijk met meer te maken (zoals niet verwerkte moties en gebrekkige onderbouwing van posten), maar ook wel met het totale beeld. Waar gaat ons geld nu eigenlijk naartoe? En hier zit voor 2019 opnieuw twijfel bij ons. Als we naar de totale begroting kijken, is dit nu wat wij willen? Is dit een totaalplaatje waar wij voor willen stemmen?

Jaarlijks vergelijken de rekenmeesters van het Centraal Bureau voor de Statistiek van alles en nog wat met elkaar. Zo ook provinciale begrotingen. Als je alle twaalf de provinciale begrotingen op een rij zet, springt Utrecht enorm uit de toon.Gemiddeld geeft een Nederlandse provincie ruim 33% van haar geld uit aan verkeer en vervoer. Provincies als Limburg, Gelderland en Drenthe zitten zelfs nog onder de 25 %. Een uitschieter is de provincie Groningen. Daar gaat bijna de helft (49%) van de provinciale begroting naar verkeer en vervoer.

Er is echter één provincie die fier aan kop gaat. Dat is de provincie Utrecht. Liefst 60 % van onze begroting gaat op aan verkeer en vervoer…Percentages zeggen misschien niet alles, maar ook in absolute bedragen doen we het niet slecht. Alleen Noord-Brabant geeft meer uit aan verkeer en vervoer, maar daar is de totale begroting bijna 3 maal groter, ligt verhoudingsgewijs minder landelijk spoor en rijksweg en dus meer provinciale weg en streekbus. Dit is niet in de haak. Tuurlijk. Een deel van dat mobiliteitsgeld gaat naar de fiets en het OV. En wij zijn ook echt niet tegen goede provinciale wegen. Maar is het allemaal wel in verhouding?

Wat de ChristenUnie betreft is het hoog tijd om deze discussie te kantelen. Marius Buiting, onze oud-collega van het CDA zou zeggen: “Terug naar de bedoeling!” Volgens mij willen we als provincie staan voor een leefomgeving die goed, groen, gezond en gezellig is. En dus moeten we in onze meerjarenbegroting van het kleine budget voor ‘gezonde leefomgeving’ niet nog weer 2 miljoen afknabbelen. Nee, die gezonde leefomgeving is onze core business. Als dat ons uitgangspunt is, dan is de vervolgvraag hoe mobiliteit daar aan kan bijdragen. En cultuur en erfgoed. En Ruimtelijke ontwikkeling. En Landelijk gebied. En al die andere posten op de begroting. Het gaat namelijk helemaal niet om die posten. Terug naar de bedoeling! Die posten dienen maar één doel: een goede, groene, gezonde en gezellige provincie.

En natuurlijk, vrinden van de VVD, daar horen goede wegen bij. En natuurlijk, kameraden van de PvdA, een goed OV-netwerk. En natuurlijk, makkers van D66, met goede fietspaden. En natuurlijk, broeders van het CDA en SGP, hoort dat verkeersveilig. En, ja, strijders van GroenLinks, ook nog duurzamer en schoner. Maar de grote kunst voor de komende jaren zal zijn om dit allemaal integraal te benaderen en aan te pakken. En niet langer sectoraal. En omdat we integraal en vanuit de bedoeling der dingen moeten gaan werken, vraagt dat een regionale benadering. De komst van de Omgevingswet kan op dit punt een enorme katalysator zijn. Maar dat hoeft niet de enige aanleiding te zijn.

Een prachtig voorbeeld van integraal denken en werken is het concept van het Ringpark Utrecht. Mooi dat het College dit concept heeft omarmt en gaat uitvoeren, maar dat zal financiële consequenties hebben. Daar lezen we nu nog niets over in de begroting. Met een motie willen we dit borgen.

En om een ander klein voorbeeld te geven: de Rijnbrug bij Rhenen is een hete aardappel die we al jaren rondschuiven. Bestuurskundig vliegen we deze aardappel steeds aan als mobiliteitsvraagstuk. Maar als we hier naar kijken vanuit het perspectief van Ruimtelijke Ontwikkeling, of Landelijk Gebied, of Economie en Energie of Cultuur en Erfgoed, dan worden problemen ineens kansen. Dan zou een nieuwe brug een prachtige kans kunnen zijn om energie op te wekken. Of om oude culturele structuren weer zichtbaar te maken. Of rond natuur en leefbaarheid vooruitgang te boeken. En, o ja, dan kunnen er ook nog auto’s, fietsen, tractors en misschien zelfs wel treinen overheen…

Dat zijn nog eens dromen! Toch? We zullen echter wel in beweging moeten komen. Goed om in de begroting op meerdere plekken te lezen dat we ambtelijk steeds meer integraal werken. Maar, bestuurlijk hobbelen we nog wel behoorlijk achter.

Aan GS willen we daarom vragen om op dit punt wat gedachten op papier te zetten en uit te werken hoe we ook bestuurlijk de omslag kunnen maken van sectoraal naar integraal en regionaal werken. En dan niet alleen voor de Omgevingswet, maar voor alle beleidsterreinen. Dat hoeft geen concreet voorstel te zijn, maar een memo met mogelijkheden en belemmeringen. Voor de nieuwe Statenperiode zou zo’n inventarisatie behulpzaam kunnen zijn bij het maken van werkafspraken en verdelingen binnen en tussen GS en PS.

Onze provincie is niet alleen prachtig en krachtig, maar ook kwetsbaar. Dan kom je een beetje aan de ‘softe kant’ van ons bestuur. Na 2011 heeft Utrecht tamelijk abrupt gekozen voor een strikte focus op kerntaken. De softe kant is daarbij wat onderbelicht geraakt. In de Troonrede die onze Koning in september uitsprak was het heel opvallend dat de provincies tweemaal werden genoemd, beide keren in relatie tot die softe kant. Eerst over de bestrijding van eenzaamheid, en later over de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Ik zou ons College graag een reactie hierop willen vragen. Hoe kan de provincie Utrecht nu bijdragen aan het verminderen van eenzaamheid en het aanpakken van huiselijk geweld en kindermishandeling?

Een andere, kwetsbare kant van de provincie is de woningmarkt. Jongeren en ouderen hebben steeds meer moeite met het vinden van een huis in Utrecht. De Actieagenda Woningmarkt wil een versnelling van de woningmarkt realiseren en dat heeft gelukkig brede steun.

Tegelijk zien we daar, en die koppeling leggen we zelf ook in provinciaal beleid, natuurlijk het enorme vraagstuk van de verduurzaming. Zo moeten we gasloos bouwen sinds juli van dit jaar. Toch zien we dat er in Utrecht jaarlijks (cijfers CBS 2016) ruim 455 miljoen kubieke meter aardgas verbruikt wordt. Tegen de achtergrond van de energietransitie, wat is het alternatief voor dat gasgebruik? Hoe houden we onze huizen warm, hoe krijgen we ons eten gaar en hoe bieden we onze industrie een zinnig alternatief? Dit is een immens probleem. Het is goed dat we als Utrecht scenario’s uitdenken, meedoen met pilots en gemeenten helpen. Maar daar moet boter bij de vis. Voor 2019 zetten we nu eenmalig 3 ton in, maar daar kan het niet bij blijven. De financiële impact van alleen al de opdracht gasloos te gaan zal enorm zijn. Ook aan de inkomstenkant; het Rijk zal steeds minder middelen hebben om het provinciefonds te vullen. Zou het College een scenario willen uitwerken van de financiële impact van de verduurzaming op onze provinciale begroting?

Ook hier: we kunnen niet door op de oude voet en zullen keuzes moeten maken. Wat vinden we echt waardevol, en wat niet? Die keuzes maken wij, als gekozen volksvertegenwoordigers, voor onze burgers.

Hoe betrekken we die burger? In het begin heb ik al iets gezegd over onze provinciale onmacht dat goed te organiseren. En toch ben ik niet pessimistisch. Maar juist hoopvol, ook voor de provincie.

Waarom? De afgelopen maanden was er de Cursus ‘Politiek actief in de provincie’. Liefst vier volle groepen, mensen die vijf avonden vrijwillig naar het provinciehuis kwamen. Zelf heb ik deze cursus in Noord-Holland gegeven. Daar had ik een rijinstructeur in de groep. Die man was door zijn vrouw gestuurd omdat hij nooit ging stemmen en altijd zoveel kritiek had op ‘De Polletiek’. Die man vertelde mij op de laatste cursusavond dat hij niet alleen ging stemmen, maar zelfs lid van een partij was geworden. Hoe tof is dat!

Laat ik concreet worden. Het is noodzakelijk onderhoud te plegen aan onze democratie. In Utrecht ziet de ChristenUnie twee opgaven:

  1. Haal meer burgers naar ons provinciehuis, om te beginnen scholieren en jongeren. We ontvangen ze nu al, maar we zijn nog wat reactief. Nergens noemen we doelen in de begroting of hebben we inzicht. Daarom, mede namens D66 een motie ‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst’.
  2. Versterk de lokale, regionale en provinciale journalistieke structuren. Een goede democratie heeft enorm veel baat bij krachtige, kritische journalistiek. Met RTV Utrecht hebben we daarover gelukkig weinig klagen, maar een goed en volledig beeld van de staat van de provinciale journalistiek hebben we niet. Wat de ChristenUnie betreft pakken we die handschoen op. Vandaar een motie.

Sinds 2014 loopt de financiering van regionale omroepen via het Rijk. Door daling STER-inkomsten staat die financiering onder druk. Wat is de weerslag daarvan op RTV en hoe zouden we als provincie wat meer pro actief kunnen bijdragen aan een gezonde omroep?

Voorzitter, een waardevolle provincie, daar zet de ChristenUnie graag op in.  Wij wensen iedereen Gods zegen bij de uitvoering van het provinciale werk in 2019.

 Arne Schaddelee

« Terug