Wantrouwen na derde debat over de Uithoflijn

foto arne lowres ps uithoflijn IMG_3218dinsdag 20 maart 2018 00:06

Een drama in drie bedrijven, zo beschreef ik eind februari de politieke ontwikkelingen rondom de Uithoflijn. Tijdens de statenvergadering van 19 maart 2018 resulteerde dat in een ultieme stap: de ChristenUnie steunde een Motie van Wantrouwen tegen het College van GS. Dat vraagt om een verklaring.

Eind 2017 stemde de ChristenUnie tegen de provinciale begroting. Voor ons was dat een grote stap die niet past bij de dienende, constructieve stijl waarop we politiek willen bedrijven. Het steunen van een Motie van Wantrouwen zit in diezelfde categorie. Nooit eerder steunde de Statenfractie van de ChristenUnie zo’n motie, maar nu moest het er van komen. En dat vraagt om uitleg. Dit voelt als iets waarvoor wij ons moeten verantwoorden. En dat willen we ook graag.

Het begon met nieuwe onthullingen in NRC over de Uithoflijn. Hieruit bleek onder meer dat er onverkwikkelijke banden waren tussen de provincie en hoofduitvoerder BAM en dat interne criticasters uit de projectorganisatie waren gezet. Een klokkenluiderprocedure die daarop volgde was omgeven met onzorgvuldigheden. Ook bleek dat al jaren bekend was dat een miljoenenbedrag niet was gemeld voor de begroting. Recent werd dit bedrag gepresenteerd als onderdeel van een ‘onverwachte tegenvaller’.

Voor de ChristenUnie genoeg reden voor het aanvragen van een spoeddebat. Dit leverde ons forse kritiek op van de provinciale coalitie. Een nieuw spoeddebat zou slecht zijn voor het imago van de provincie. Daarbij zouden we obstructie plegen op de uitvoering van de Uithoflijn, door met allemaal detailvragen te komen.

Juist die vragen bevestigden echter dat PS meermaals onjuist en onvolledig was geïnformeerd. Zelfs coalitiepartijen moesten dat in het debat erkennen. Dat zijn politieke doodzonden, althans, buiten ons provinciale bestuur.

Natuurlijk wil ook de ChristenUnie sturen op hoofdlijnen. Maar dan moet er wel vertrouwen zijn. Zodra het op dat punt gaat knagen, moeten we keihard aan de bak. Daar is geen alternatief. Een goed, transparant en integer bestuur: daar moeten we samen voor gaan. Om die reden steunde de ChristenUnie een breed gesteunde motie van de PvdA om een groot onderzoek in te stellen.

Doel is natuurlijk om te leren van fouten en als provincie sterker uit dit debacle te komen. Maar willen we leren? Dan ontkomen we er niet aan met elkaar feiten onder ogen te zien.

In het debat slaagde het College van GS er niet in het vertrouwen van de ChristenUnie te winnen. Tegen gemaakte afspraken over de governance rondom de Uithoflijn in, trok een provinciale directeur veel macht naar zich toe. Vervolgens bleek deze directeur bij de BAM vandaan te komen en nog steeds contacten te hebben. Van cruciale vergaderingen rond de Uithoflijn bleken geen verslagen te zijn. Kritische ambtenaren werden ontslagen, zonder dat hiervoor een valide onderbouwing op tafel kwam. In de planning ontstond een vertraging van zeker anderhalf jaar en er kwam een tekort boven tafel van 89 miljoen euro.

Bij al die ontwikkelingen was de rol van GS opvallend. GS heeft geen grip op de situatie, maar vraagt PS wel om vertrouwen te hebben. Informatie was onjuist en onvolledig. GS wilde wel leren van fouten, maar ontkende tegelijk dat ze zelf veel fouten had gemaakt.

Kees van Kranenburg begon als mobiliteitswoordvoerder in de eerste termijn zijn bijdrage met de zin: “Fouten maken is niet erg. Er niets van leren, dat is pas erg.” Als fractievoorzitter sloot Arne Schaddelee zijn bijdrage in de tweede termijn af met diezelfde woorden.

« Terug