Over het nieuwe Festivalbeleid voerde Arne Schaddelee namens de ChristenUnie het woord. Onze fractie was uiterst kritisch. “De ChristenUnie vindt dat de provincie vooral een taak heeft bij het neerzetten van een culturele ‘infrastructuur’. De provincie heeft geen rol bij het subsidiëren van incidentele evenementen of initiatieven van lokale verenigingen.” Deze opmerkingen uit ons verkiezingsprogramma zouden voldoende reden kunnen zijn om tegen te stemmen.
Daar kwamen bovendien nogal wat bezwaren bij. Zo werd voorgesteld om 100% van het budget voor grote festivals (dat is 87% van het totale budget) al bij voorbaat te oormerken voor vier festivals in de stad Utrecht (25% van de inwoners van de provincie) terwijl andere festivals hiervoor niet in aanmerking komen. Ook niet in de tweede stad van de provincie, Amersfoort (12% van de inwoners). Qua geografische spreiding van provinciale gelden lijkt ons dit niet juist. Ook werd voorgesteld om de provinciale bijdrage voor de vier grote festivals voor vier jaar vast te leggen. Dat maakt het voor middelgrote en kleine festivals extra lastig - zo niet onmogelijk - om door te groeien, ook al hebben ze wel de ambitie, artistieke kwaliteit en organisatiekracht. De status quo wordt bevroren, de ontwikkeling en vernieuwing zit feitelijk voor vier jaar op slot; precies in de cruciale periode waarin organisaties zich opmaken voor Utrecht 2018 Culturele Hoofdstad van Europa. Dat lijkt ons een ongewenste en waarschijnlijk ook onbedoelde uitwerking.
Het Festivalbeleid is een onderdeel van de Cultuurnota die pas later dit jaar wordt vastgesteld. De kaders en de doelen van het Festivalbeleid zijn daardoor nog onduidelijk. De keuze voor de vier grote festivals komt op de ChristenUnie nogal willekeurig over. Zo is het opvallend dat alle vier de festivals in de stad Utrecht plaatsvinden, terwijl spreiding over de provincie van belang is.
Voor de ChristenUnie was dit aanleiding om te komen met een motie om extra kaders en focus aan te brengen. Naast het punt van de spreiding werd hierin ook gesteld dat subsidies gericht moeten zijn op een kwaliteitsverbetering en op financiële onafhankelijkheid. Festivalsubsidies dienen dus eindig te zijn.
Tijdens het Statendebat schaarden ondermeer VVD en CDA zich achter deze motie. Hierdoor leek de motie een meerderheid te krijgen. Voor de ChristenUnie was dat reden om toch nog voor het Festivalbeleid te stemmen. Het was dan ook uiterst teleurstellend toen daarna bleek dat de motie het nét niet haalde doordat de PVV haar steun in trok.